1996

Het MartHa!tentatief, de theatrale sensatie van het jaar 1996 en alle daarop volgende, werd gesticht in het jaar 1996. In het voormalige Militair Hospitaal te Berchem werd op korte tijd Elias of het gevecht met de Nachtegalen gemaakt en gespeeld. Het voormalige Militaire Hospitaal was de uitgelezen locatie om het landgoed waar de kleine Elias opgroeide te evoceren.

 

De voorstelling, een bewerking van de gelijknamige roman van Maurice Gilliams, beschreef hoe twee jongens, Elias en zijn neef Aloysius, zich proberen te bevrijden uit het aristocratische milieu waarin zij opgroeien. En alhoewel het de personages rondwaarden in een claustrofobische wereld waarin elke vorm van leven systematisch onderdrukt werd, kreeg het publiek een vitalistische toneelspektakel te zien, bestaande uit zestien taferelen en drie interludia, gespeeld op vijf verschillende plekken. Zowel thematisch als vormelijk zette het MartHa!tentatief met deze voorstelling de lijnen uit waarbinnen zij de volgende twaalf jaar zouden evolueren.

 

Toneel zou voortaan op locatie gespeeld worden en wel voor een breed en immer enthousiast publiek.  In de jaren die volgden kozen we ervoor om in leegstaande fabrieken, hangars en in open lucht te spelen,. We  gingen samenwerkingen aan met buurthuizen en OCMW's. In de jaren die volgden bleek dit ons een weldoende onafhankelijke positie met bijhorende grotere bewegingsvrijheid op te leveren. We bevonden ons niet alleen figuurlijk maar ook letterlijk in de marge van het theaterlandschap.

 

1997

Een jaar later ging het MartHa!tentatief als pril projectgezelschap een coproductie aan met theater Antigone. Bart Van Nuffelen componeerde uit het volledige oeuvre van Boon en in het bijzonder uit 'De Kapellekensbaan' en 'Menuet'  een voorstelling met de waarlijk spectaculaire titel: Ge moet niet persé ananas gegeten hebben om te weten DAT DAT ongelooflijk lekker is (1998).  '...DAT/DAT...' werd geproduceerd door Theater Antigone en werd geselecteerd voor het theaterfestival 1998. De voorstelling speelde in het voormalig elektriekfabriek in Borgerhout, in de veeartsenijschool in gent en in een oude weverij in kortrijk.

 

1999

Het Hondje Candy (1999) werd opgevoerd in het roepkot van de scheepsherstellers op 't Eilandje. Ondanks een tomeloze inzet werd deze voorstelling geen onverdeeld succes. Pers en publiek reageerden verdeeld op de enigszins bizarre avonturen van deze eigenzinnige puberhond.

 

Het MartHa!tentatief liet zich door deze tegenvaller echter niet weerhouden om de Vlaamse Gemeenschap een structurele subsidie voor de periode 2001 - 2005 te vragen. Wij dachten aan het intergallactische bedrag van 17 miljoen frank. De theatercommisie besloot ons echter niet te subsidiëren. Enkele maanden later besliste minister Anciaux - eigenhandig en tegen het besluit van de voornoemde commissie in - ons toch structureel (d.i. voor 4 jaar) te subsidiëren.

 

Ook de komende jaren zou het MartHa!tentatief buiten het geijkte culturele circuit toneel blijven maken. Daardoor moesten we actief op zoek naar een eigen publiek. We bepaalden zelf hoe we onze toeschouwers ontvingen en creëerden waar mogelijk een feestelijke sfeer. Verder werd er besloten om lange reeksen te spelen zodat de mond-tot-mondreclame zijn werk kon doen. Zo verkreeg het MartHa!tentatief een heterogeen en zeer divers publiek dat in hoge mate verschilde van het klassieke theaterpubliek

We namen onze intrek op het schitterende domein fort IV te Mortsel, bouwden eigenhandig een tribune voor 400 toeschouwers, riepen een reflectiekamer annex Raad van Beheer in het leven en zochten naar de passende productionele en zakelijke structuur voor onze activiteiten. En passant legden we met relatief weinig middelen (4,5 miljoen BF per seizoen) toch een indrukwekkend theatraal parcours af.

 

 

2001

 

januari

Het jaar 2001 werd geopend met Mauve-Wit.  Deze voorstelling had de wijk het Kiel en voetbalclub Beerschot tot onderwerp en was een productie van CC De Kern. Het resultaat was een verhalenshow met anekdoten over Rik Coppens, Jefke De Koeiboer, een voetbalkwis, een verhaal over eenden, over de bendes van het Kiel enzovoort enzoverder.

 

Mauve-Wit was de eerste van een reeks 'documentaire stadstukken'. Zo hebben we de reeks voorstellingen genoemd die uitdrukkelijk een bepaalde buurt, wijk of entiteit in de stad als onderwerp hadden. Het gebruikte procedé bestaat erin dat een wijk (mauve-wit en Open Haard, het Noord in Vuur en Vlam !), een flatgebouw (Allo Silvertop) of een plek (de Zoologie). Gedurende een aantal maanden intensief wordt verkend; contacten worden gelegd, interviews afgenomen, boeken gelezen. Op basis van deze interviews wordt daarna een voorstelling gemaakt. 


Al deze voorstellingen hadden direct of indirect het verdwijnen van een gemeenschap (of dorp) binnen de stad als onderwerp. En hoe dat naast verwarring, eenzaamheid en verlies soms ook nieuwe inzichten of mogelijkheden bood. We mogen stellen dat we een grote gevoeligheid hebben ontwikkeld voor verhalen over buurten en haar bewoners. En dat de techniek van het samensmeden van tientallen stemmen en getuigenissen tot één groot verhaal een soort subgenre is geworden in het werk van het MartHa!tentatief.

 

juli

In het kader van het stadsfestival Zomer van Antwerpen en in een coproduktie met Theater Antigone ging in juli de openluchtvoor-stelling Waaiendijk in première. De voorstelling speelde op een stukske braakland op den Dam, een toenertijd vergeten wijk te antwerpen.

 

De stad in de verte sneed stukskes uit de lucht en naast ons raasden de TGV's naar Holland voorbij. We vertelden er het verhaal van Lutgard Fonteyn, een jonge vrouw die  haar geboortegrond ontvlucht in een pogingen haar leven en het bijhorende verleden voorgoed te vergeten. Ze belandt in een nieuwe en al even vijandige wereld alwaar zij geholpen door wonderlijke en toevallige ontmoetingen haar kracht weervindt en uiteindelijk haar plaats in het echte leven weer inneemt. Gelouterd, maar sterker dan ooit tevoren.

 

december

Het jaar werd afgesloten met Doekskes. Wederom een samenwerking tussen CC De Kern en onszelf. Tom Clement schilderde gedurende een week een gigantisch portret van de St. Bernardsesteenweg op het Kiel. Johan Petit vergastte de toevallige passanten op soep en een woordje uitleg. Buurtbewoners konden zich inschrijven voor een workshop schilderen en onder begeleiding van Tom Clement en Johan Petit schilderden de leerlingen van een lokale lagere school hun visie op de buurt neer. Het resultaat van al dit schilderwerk werd tenslotte in heel de wijk tentoon gesteld.

 

 

2002 

maart

In de gure maand maart van het jaar 2002 presenteerden we de voorstelling Den Open Haard, op locatie in de Seefhoek. Gedurende drie weken kon het geachte publiek zich opwarmen aan een bovenmaatse open haard. Vitalski het slangenmens was de wat ongewone gastheer. Dr. Grizzly (Tim Clement overtuigend verkleed als beer) mende de vlammen middels een spectaculair systeem van hendels en pedalen. Samen met buurtbewoners gingen ze - waarheid en fictie vervlechtend - op zoek naar het verleden, het heden en de toekomst van de Seefhoek.

 

mei

Waaiendijk werd op uitnodiging van het STUK hernomen in de maand mei op een dakparking in Leuven. Daarnaast maakte Bart Van Nuffelen en Tim Clement in samenwerking met het STUK de voorstelling Leuvendijk, een sociaal-artistiek project waar het verhaal van Waaiendijk opnieuw werd verteld maar nu op basis van interviews met de deelnemers.

 

juli

De zomer van 2002 zal voor eeuwig herinnerd worden als de zomer van De Zoologie. Onder de bomen aan de ingang van de Antwerpse dierentuin kon het geachte publiek genieten van een totaalvoor-stelling met een uitgesproken feestelijk karakter. Gebaseerd op een vier maanden durend onderzoek werd een 'stadsrevue' gemaakt, bestaande uit ontelbare stukskes meningen en gedachten over de Zoo en hoe die is veranderd. Verteller Johan Petit werd bijgestaan door een 4-koppig orkest (die onder de naam Dolefante ook een gesmaakte CD opname met radio-airplay tot gevolg.

 

Voor en na de voorstelling kon men daarenboven genieten van een tentoonstelling die de neerslag vormde van Tom Clement's indrukken in en over de Zoo.

 

4.

In de tochtige maand december ging het MartHa!tentatief letterlijk ondergronds. In de kelders van de blokken van de Silvertop werd de voorstelling ofte verhalenshow Allo!Silvertop gepresenteerd, een triestig bluesverhaal over drie groete woontorens aan het randje van de stad.

 

Doorheen de jaren waren deze blokken een symbool geworden voor al wat er fout kan lopen in een stad. Vereenzaming. Verloedering. Verzuring. Het zijn maar een paar ontoereikende woorden voor een groot en complex verhaal. Dat verhaal heeft het MartHa!tentatief samen met CC De Kern willen vertellen.

 

 

4. Het jaar 2003

1.

De lente kondigde zich aan met het geheel uit toneeltruut opgetrokken Klein jowanneke is een aardig manneke, het fenomenale en uiterst waanzinnige vervolg op het afstudeerproject Klein Jowanneke ziet de dinges rondom zich. In zaal Venetië op de Turnhoutsebaan in Borgerhout ontving Johan Petit samen met zijn zus Lieve het publiek gedurende 7 avonden voor een waarlijk magistraal stuk gebaseerd op zijn 'Klein jowanneke'- columns in Zone 03. Lieve Petit deed de presentatie en samen zongen ze tot slot het optimistisch levenslied 'Ik weet het niet meer'.

 

 

2.

De maand april werd op de meest feestelijke manier afgesloten met het topevenement De Feestweek, een week lang optredens, hernemingen, absolute wereldpremières, showkes, tentoonstellingen, vieringen en feesten in een loods in het Fort van Mortsel (waar wij thuis zijn). Het MartHa!tentatief nodigde zijn publiek uit voor voorstellingen van bevriende groepen 13 van Benjamin Verdonck en Willy Thomas, De ondergang van Patrick Dieltjens van Vitalski), performances (Steven Grietens en De twee Ghandi's) optredens (Clement-Brothers, Dolefante, Bart Voet en Esmée Bos, Lady Angelina), hernemingen ("Klein Jowanneke is een aardig manneke" en "Allo!Silvertop") en drie absolute wereldpremières; "Stukskes voor de schoolgaande jeugd", drie korte toneelstukken van Bart Van Nuffelen getiteld "Cowboys", "Reservaat" en "Onderzeeboot". Met klein mannen en hun weemoedige gedachten in de hoofdrol. "De Feestweek" werd feestelijk afgesloten met het Iréne Vervliet Jubelfeest. Irène Vervliet is al sinds 1996 onze fetish-actrice en dat werd bekroond door haar plechtig 'de MartHa-ere-medaille voor betoonde moed en zelfopoffering' uit te reiken. Deze heuglijke gebeurtenis werd voorafgegaan door een wervelend spektakel met optredens, getuigenissen, beeldfragmenten en tal van beroemde gasten. Na de uitreiking vertolkte Irène Vervliet tot slot op ontroerende wijze enkele van haar Franse chansons. In juli van datzelfde jaar werd "De Zoologie" – op luidkeels verzoek – hernomen. In september ging; op locatie in Brussel, "De kleine Eva uit de Kromme Bijlstraat" in première. In een co-productie met de KVS werd het gelijknamige boek van L.P.Boon tot een voorstelling bewerkt. Het vertelt het trieste verhaal van de moord op een klein meiske aan de vage gronden der industrie. De zoektocht naar de moordenaar - een bleke regenjasser - veroorzaakt een toeloop van rechercheurs, wetsdoktoren, fluisterende buren en sensatiebeluste krantenkoelies. Het tandrad der geruchten-mechaniek zet zich in beweging. De eerste onderzoeksdaden worden verricht. Tevergeefs. "De kleine Eva uit de Kromme Bijlstraat" was een wrang poëzieke, waar bitterheid en mededogen om de voorrang streden. Dit jaar staat te boek als één van onze productiefste jaren ooit, want in november van datzelfde jaar maakten Johan Petit en Vanessa Broes op vraag van CC De Kern (zij weer !) een voorleesvoorstelling getiteld "De Mantel", naar het gelijknamige werk van Nikolai Gogol. Het is het trieste verhaal van Akakiej Akakiejevitsj en hoe die zich na jaren van bovenmatig sparen eindelijk een mantel kan aanschaffen om die de eerste avond meteen weer te verliezen.

 

 

5. Het jaar 2004

 

In februari werd in de crypte van de Sint Laurentius-kerk "Klein Jowanneke zaaagt" opgevoerd, een meer ingetogen vervolg op "Klein Jowanneke is een aardig manneke". Tegen een immense achterwand van krantenknipsels, annex nachtelijke skyline, werd het weemoedige verhaal verteld van een manneke op zoek naar remedies tegen de melancholie en de moedeloosheid. Johan Petit zou Johan Petit niet zijn moest hij deze zoektocht niet hebben doorsneden met het hilarische verslag van een zangavond en een wonderlijke droom van Klein jowanneke in een luchtballon. In het voorjaar zette compagnie Kaiet in samenwerking met Andere Podia (Antwerpen Open) het Huiskamer-project op. Inwoners van Antwerpen werden opgeroepen om hun huiskamer open te stellen voor publiek, en voor artiesten. Het MartHa!tentatief was present met twee voorstellingen. De Clement Brothers spelen op geheel eigenzinnige wijze beroemde cowboy-nummers van o.a. Johnny Cash, Emmylou Harris en Peter Paul & Mary. De Clement Brothers ontstonden in het jaar 2002 uit - hoe kan het ook anders - de gebroeders Clement, bekend en berucht als leden van het fenomenale martHa!tentatief. Zanger Tom Clement vertelt het geachte publiek met veel humor over de dikwijls triestige histories die achter de songteksten schuilen. Ze gebruiken een klassiek instrumentarium (gitaar, banjo, bas, drum en mondharmonica) aangevuld met allerhande voorwerpen (schop, pot, blik, enz.) om de nummers een heel eigen en rauwer karakter te geven.

De zomer werd ingezet met "Sjwék, of zo klinkt het als ik te pletter sla",(juli 2004) ofte 'de glorieuze belevenissen van de brave soldaat Sjwék in de Groote Oorlog, een vrolijk toneelspel in elvendertig meeslepende taferelen en enige komische interludia'. De voorstelling speelde (in het kader van de Zomer van Antwerpen, co-productie met theater Antigone) tegen de majestueze gevel van de feestzaal van het Antwerpse Atheneum werd een waarlijk onwaarschijnlijk verhaal verteld over oorlogswaanzin in het algemeen en over Wereldoorlog I in het bijzonder. Deze voorstelling werd later hernomen in het Miele-gebouw te Kortrijk en was in totaal 32 keer te zien.

 

6. Het jaar 2005

In "Den Open Haard, gegriezel bij het vuur " (februari 2005) installeerden we naast het Galgenweel in het midden van een gigantische open vlakte een draakachtige openlucht-openhaard (gemaakt voor de eerste Open Haard voorstelling uit maart 2002). Het publiek kreeg een toneelstuk in twee helften te zien en mocht zich tijdens de pauze opwarmen in een ondergrondse bar die in samenwerking met bouwonderneming Vooruitzicht werd gegraven. De voorstelling speelde in open lucht in het putteke van de winter, terwijl het sneeuwde, ijzelde en de wind stukken uit uw oren beet. Naast een fantastische griezelavond leverde "Den Open Haard" ook het bewijs dat toneelspelen in open lucht, in de winter, in de kou, wel degelijk mogelijk is. In mei werd "Klein Jowanneke Zaaagt" hernomen. Talrijke aanpassingen werden doorgevoerd waaronder het verwijderen van de ultieme sketch 'De plaatjes'. Slechts af en toe, wanneer de gelegenheid zich voordoet, wordt deze sketch nog opgevoerd. In de plaats kwam een VNJ-verhaal dat later in een herwerkte versie in "Klein Jowanneke Gaat Dood" zou opduiken. In juni oordeelde de Vlaamse Regering dat wij mochten verder doen met wat we bezig waren; namelijk op de zotste plekken de wonderlijkste voorstellingen maken voor een groot, divers en immer enthousiast publiek. Het MartHa!tentatief kreeg opnieuw een structurele subsidie waardoor we de komende vier jaar ons publiek opnieuw met de meest uiteenlopende stukken zouden overvallen en verrassen.
"Vuurtoren" een voorstelling van theater Luxemburg, geschreven en gespeeld door Johan Petit, werd in september in samenwerking met het MartHa!tentatief hernomen. Ze werd gespeeld in open lucht in den bocht van het Scheld', vlak bij de gebouwen van de Red Star Line. Op deze plek vertrokken meer dan 2 miljoen emigranten naar de Nieuwe Wereld. De locatie was meer dan symbolisch, want Eugeen van Mieghem, kladkunsttekenaar die ontelbare tekeniningen van vertrekkende emigranten maakte en die over het gebouw woonde, stond model voor het hoofdpersonage.

 

7. Het jaar 2006

We begonnen het jaar met een herneming van "Zwaan". Deze voorstelling werd in oktober 2004 gemaakt door kristal en vanplastiek (gezelschap bestaande uit Kim Troubleyn, aka Kim Kokkin, omdat zij meerdere van onze producties van eten voorzag, Vannessa Broes, actrice die meespeelde in onder andere "Waaiendijk", "De Mantel" en "Magic Palace" en Kristin Van Der Weken, in de beginjaren dramaturge van het MartHa!tentatief, vandaag is zij nog altijd lid van onze raad van bestuur). Zwaan was een voorstelling over de liefde voor iedereen vanaf acht jaar. Het MartHa!tentatief ondersteunde met graagte deze herneming. 2006 werd voor ons het jaar van de Draak. Met "De Stormdraak" begaven wij ons in de wondere wereld der marktrkramers. Op markten overal te lande verkochten we een stofzuiger met de wervende naam ‘de Tornado Dragon’. Dit project had als ultieme doel de toevallige toeschouwer even te doen twijfelen aan de werkelijkheid. We wilden mensen een onverwacht magisch moment bezorgen waarin de dagelijkse logica heel even niet langer opgaat. Hiervoor trokken we met een acteur, vermomd als verkoper, naar markten overal te lande. Hij bracht een revolutionaire stofzuiger aan de man die - middels de nodige trucages - zulk een onwaarschijnlijke prestaties levert dat het nietsvermoedende marktpubliek enkel verbluft kan toekijken. "Beau Geste" was een jongensdroom van Johan Petit. Hij bewerkte de lijvige roman van P.C. Wren tot een soort theater-stripverhaal, een overdreven avontuurlijk heldenverhaal over eer en trouw waarin de Sahara en het Vreemdelingenlegioen een hoofdrol spelen. Theater Froefroe zorgde voor twee poppenspelers en dertig poppen. Sofie Decleir voor de tachtig stemmen en Dolefante (Jonas Van Den Bossche, Bart Voet en Stoffel Verlackt aangevuld met Benjamin Boutreur) voor de soundtrack. De voorstelling "Magic Palace" was levende Antwerpse geschiedenis op de scène: een stroom getuigenissen over de woelige jaren 30, de hoogdagen van de danspaleizen, de bloeiende Antwerpse jazzscène en dansvloeren vol wervelende levens in de startblokken. Maar meer nog, en oneindig veel belangrijker, was deze voorstelling een pakkend relaas over de onontkoombaarheid en de onherroepelijkheid van het eindige leven. De voorstelling speelde 15 keer in een Zaal Roma op de Turnhoutsebaan in Borgerhout.

 

8. Het jaar 2007

De winter werd verwarmd door "De Mini Road Show". Een geheel uit avontuur opgetrokken voorstelling over een familie Deurnese desperados – gespeeld in een opengezaagde camion op pleinen en grasvelden doorheen het land. De Clement Brothers vertelden, aangevuld door actrice Ruth Beeckmans, het verhaal van een familie uit een achterkrotbuurt der moderne stad.
In de zomer werd zowel "De Stormdraak" als "De Zoologie" hernomen. "Klein Jowanneke Gaat Dood" was tegelijkertijd het eindpunt en het hoogtepunt uit de Klein Jowanneke-cyclus. Een eindpunt omdat Klein Jowanneke samen met deze voorstelling effectief is doodgegaan. Een hoogtepunt omdat pas na een wervelende vertelling van drie uur een vijf kwartier duidelijk werd waarom de dood van Klein Jowanneke onvermijdelijk was. En hoe daar niks maar dan ook niks aan te doen was. En waarom wij allen dat trieste lot met hem delen.

 

9. Het jaar 2008

 

De lente van het jaar 2008. Het fenomenale MartHa!tentatief brengt de voorstelling "Klein Jowanneke Gaat Dood" tweemaal voor een uitverkochte Arenbergschouwburg en speelt twee thuismatchen in een uitzinnige zaal Roma te Borgerhout. "Magic Palace" wordt hernomen in den Bourla in het festival Antwerpse Kleppers en speelt vijf uitverkochte voorstellingen in de Roma. En nog eens een maand later slaagt onze acteur-marktkraamverkoper er voor de 67ste keer niet in om tijdens een internationaal theaterfestival te Liverpool de Tornado Dragon-stofzuiger ofte "De Stormdraak" te verkopen. De Clement Brothers staken in de maanden september en oktober "Sing Sing" ineen, een onvergetelijke zangavond met onsterfelijke klassiekers en vergeten Nederlandstalige traditionals. Bart Van Nuffelen schreef ondertussen twee jeugdboeken. "Trouwen met Tanja" (illustraties Klaas Verplancke) verscheen in 2006 en in het voorjaar van 2008 verscheen "Onderzeeboot" dat geïllustreerd werd door Bert Dombrecht (zie ook in onze WINKEL). Ze bewerkten dit prachtige prentenboek tot een intieme familievoorstelling. Samen zorgen ze voor een tedere bespiegeling over groot worden aan de achterkant van de stad.