waaiendijk  

waaiendijk



vraag


is het de wind die roet en vuiligheid hierheen

jaagt en verre geluiden ijl en in flarden tot

bij ons brengt? Is het de wind die afval in het

stekelgras hangt en onze haren en harten verwart?

is het de wind die eindeloos over deze betonnen

vlakte jaagt die maakt dat het hier... anders is

zo antwoorden wij: wij weten het niet

wij weten wel: in Waaiendijk waait alles

bijeen wat in de stad te licht of te los is

Valavond. Een stukske braakgrond op den Dam. Aan de einder snijdt de stad hoekskes uit den hemel - nu eens is die vuurrood, dan weer jakkeren wolken jachtig voort - en waar wij ook kijken, nergens ontsnapt ons oog aan de wereld zoals die werkelijk is.

Waaiendijk' speelde in het kader van de Zomer van Antwerpen op een stukske braakland op den Dam, de stad in de verte sneed stukskes uit de lucht, naast ons raasden de TGV's naar Holland voorbij.

 

Hier vertelden wij het verhaal van Lutgard Fonteyn, een vrouw op zoek naar een nieuwe thuis in een dreigende wereld. Op een dag spoelt zij in Waaiendijk aan. Door haar verwonderde ogen aanschouwen wij het leven aldaar. Wij zien dat het leven er vriendelijk is. Tot de malafide verkoper van plaffeturen Pol Proost haar een onveilige wereld schildert. Lutgard plaatst een bestelling, maar krijgt daar daar al snel spijt van. Ze onderneemt een queeste naar de kantoren Proost ten einde de bestelling te annuleren. Het wordt later en donker. Spots floepen aan die vreemde schaduwen over het land werpen. De aanvankelijke gemoedelijkheid der Waaiendijkers wordt grillig. En gevaarlijk.

 

Later transporteerden we 'Waaiendijk' naar Leuven en kreeg het de geheel toepasselijke naam 'Leuvendijk.

 

Waaiendijk is geschreven in de periode oktober 2000- juni 2001. Als voornaamste inspiratiebron diende het verzamelde werk van Gerard Walschap en de roman 'Hautekiet' in het bijzonder. De naam 'Waaiendijk' is dan weer ontleend aan Louis Paul Boon.